Afbeelding
Foto: Lance - stock.adobe.com

Veel bedrijven zitten zichzelf in de weg

Hoe kunnen bedrijven AI succesvol integreren?

De groeiende kloof

Die kloof tussen de koplopers en de rest zal de komende jaren blijven groeien. AI-first-bedrijven herinvesteren hun vroege winsten vaak direct in hun eigen capaciteiten: ze versterken hun teams, upgraden infrastructuur en experimenteren met nieuwe tools. Volgens BCG geven deze ondernemingen jaarlijks twee keer zoveel uit aan AI als de achterblijvers. En ze verwachten dat die investering zich vertaalt in een dubbele omzetgroei en 40% hogere kostenbesparingen op gebieden waar AI wordt toegepast. Dit zet de achterblijvende bedrijven onder druk om snel te handelen en concrete stappen te zetten om de kloof te dichten voordat die onoverbrugbaar wordt. “De technologie maakt wekelijks sprongen vooruit en bedrijven die al voorlopen versnellen hun tempo” zegt Michael Grebe, algemeen directeur en senior partner bij BCG. “Voor de meeste bedrijven zal het inhalen van de achterstand meer vergen dan alleen investeren; ze zullen zichzelf opnieuw moeten uitvinden.”

De gevolgen voor de arbeidsmarkt zullen al even ingrijpend zijn, aangezien de snelle opkomst van digitale hulpmiddelen, oplossingen voor werken op afstand en technologieën zoals generatieve AI veranderen hoe mensen werken en welke vaardigheden ze nodig hebben. Volgens het rapport ‘Future of Jobs 2025' van het World Economic Forum zal tegen 2030 maar liefst 39% van de kernvaardigheden van werknemers veranderd zijn. Henk Volberda, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam die aan het rapport heeft meegewerkt, voorspelt dat mensen in 2030 nog maar een derde van al het werk zullen doen. Het resterende tweederde deel zal ofwel in samenwerking met technologie worden uitgevoerd, ofwel volledig geautomatiseerd zijn. Goldman Sachs gaat in zijn voorspellingen nóg een stap verder en suggereert dat tot wel 50% van de banen in 2045 volledig geautomatiseerd zou kunnen zijn, en dat wereldwijd 300 miljoen banen worden getroffen.

De interne organisatie als obstakel

Veel bedrijven zitten zichzelf in de weg: hun eigen structuur vormt de grootste rem op vooruitgang.

Door de constante druk om te innoveren en te groeien in een competitieve, snel veranderende omgeving staat digitale transformatie bij organisaties in alle sectoren bovenaan de agenda. Toch slagen de meeste bedrijven er niet in om digitale volwassenheid te bereiken, ondanks dat ze er veel tijd, moeite en geld in steken. Uit het rapport ‘State of the Digital Workplace 2024' van Reworked blijkt dat slechts 24% van de organisaties hun digitale werkplek als volledig volwassen beschouwt. En slechts 13% zegt dat de basis van hun digitale werkomgeving volledig is geïmplementeerd.

Natuurlijk bieden investeringen alleen geen garantie op succes. Bain & Company schat dat ruim een derde van de grote organisaties bezig is met een bedrijfstransformatie, maar slechts 12% slaagt erin de oorspronkelijke ambities waar te maken. AI-initiatieven kampen met soortgelijke tegenwind. Hoewel AI-programma’s inmiddels wijdverspreid zijn, toont onderzoek van BCG aan dat slechts 26% van de bedrijven over voldoende capaciteit beschikt om de stap van een proefproject naar echte bedrijfswaarde succesvol te zetten. Misschien nog wel zorgwekkender is een rapport van het MIT-initiatief NANDA: uit ‘The GenAI Divide: State of AI in Business 2025’ blijkt dat maar liefst 95% van de generatieve AI-pilots bij bedrijven faalt.

Hoe kunnen bedrijven AI succesvol integreren?

Waarom die slechte resultaten? Simpel: de meeste traditionele bedrijven worden belemmerd door hun eigen interne structuren. Ze werken meestal met statische workflows en starre processen die niet zijn ontworpen voor systemen die leren, zich aanpassen en continu verbeteren. AI-native bedrijven pakken het anders aan. Daar vormt data het kloppend hart, met processen, producten en besluitvorming die daar volledig omheen zijn gebouwd. Dit contrast is ook duidelijk zichtbaar in de manier waarop teams zijn georganiseerd. Terwijl traditionele bedrijven meestal teams van specialisten inzetten die in sterk gescheiden afdelingen werken, geven AI-native bedrijven de voorkeur aan kleinere, flexibelere teams waar mensen als allrounders kunnen werken en snel van functie kunnen wisselen als de behoeften veranderen. “AI-native bedrijven groeien zo snel omdat hun teams zich snel kunnen aanpassen, van functie kunnen wisselen en kansen kunnen grijpen zonder te worden afgeremd door vastomlijnde rollen,” legt Mo Ezderman, directeur AI bij Mindgrub Technologies, uit.

Verouderde organisatorische hiërarchieën en bureaucratische besluitvorming vormen de grootste obstakels voor AI-transformatie bij traditionele bedrijven. Complexe goedkeuringsprocessen, eilandjescultuur en risicomijdende bedrijfsculturen vormen een barrière voor AI-innovatie. En AI laat zich niet zomaar inpassen in bestaande structuren. Om te slagen moeten bedrijven fundamenteel durven veranderen, te beginnen bij de top. Dat betekent hiërarchieën doorbreken, beslissingskracht verschuiven naar de werkvloer en een cultuur van continu leren binnen de hele organisatie aanjagen.

De kortere houdbaarheidsdatum van vaardigheden

Deze structurele uitdaging wordt nog versterkt door de uitdaging op het gebied van arbeidskrachten. De vooruitgang op technologisch gebied zorgt er immers voor dat vaardigheden steeds sneller hun waarde verliezen. Nieuwe technologieën nemen tegenwoordig niet alleen routineuze en handmatige taken over, maar ook steeds complexer kenniswerk waarvan we dachten dat het veilig in menselijke handen zou blijven, zoals onderzoek, schrijven en programmeren. Volgens Kian Katanforoosh, die aan Stanford doceert, is de gemiddelde ‘halfwaardetijd' van vaardigheden (de tijd dat een vaardigheid relevant en waardevol blijft) gedaald van zo'n tien jaar veertig jaar geleden naar ongeveer vier jaar vandaag. In digitale vakgebieden zoals AI ligt die misschien zelfs dichter bij twee jaar. "We zien de halfwaardetijd van vaardigheden steeds korter worden, wat betekent dat we onszelf steeds weer opnieuw moeten uitvinden en nieuwe vaardigheden moeten leren als we willen innoveren”, zegt Katanforoosh. In een recent onderzoek van IBM schatten leidinggevenden dat 40% van hun werknemers zich binnen drie jaar zal moeten omscholen als gevolg van AI en automatisering. Wereldwijd komt dat neer op zo'n 1,4 miljard mensen.

Vastlopen in de versnelling

De mens kan de snelle technologische veranderingen niet bijbenen.

Als we even terugblikken op de geschiedenis van de mens, zien we dat technologische veranderingen eigenlijk altijd uiterst langzaam verliepen. De gereedschappen die mensen in hun jeugd leerden gebruiken, bleven vaak hun hele leven lang relevant. En onze verre voorouders hadden maar liefst 2,4 miljoen jaar nodig om het vuur te leren beheersen. Met de tijd begon het tempo enorm toe te nemen. We hadden maar 66 jaar nodig om van de eerste vlucht (in 1903) naar de maan (in 1969) te schieten. En de technologieën die we nu doodnormaal vinden en dagelijks gebruiken, waren in onze jeugd nog volkomen ondenkbaar.

AI heeft het tempo van technologische veranderingen alleen maar verder versneld. Waar innovatietrajecten vroeger jaren duurden, hebben we nu maar enkele maanden of zelfs weken nodig. Nieuwe mogelijkheden duiken op, verspreiden zich wereldwijd en veranderen de marktverwachtingen alweer terwijl de vorige golf nog nauwelijks is geland. Het tempo van verandering zelf is een bepalend kenmerk geworden van de omgeving waarin bedrijven opereren. Uit de analyse van de Index-indicator van Accenture blijkt dat het tempo van technologische veranderingen sinds 2019 met maar liefst 183% is gestegen. “De mate van veranderingen is de afgelopen jaren enorm toegenomen, en dat betekent dat bedrijven structureel anders moeten gaan werken”, zegt Jack Azagury, CEO Strategy & Consulting bij Accenture. “Met kleine aanpassingen in werkwijzen red je het niet meer om te kunnen concurreren.”

Cultuurverandering kost tijd

Maar terwijl de technologie zich razendsnel ontwikkelt, geldt dat niet voor organisaties en mensen. Verandering blijft een traag en broos proces, vooral als het de (bedrijfs)cultuur en het gedrag van mensen raakt. “Verandering kost tijd, en al helemaal als er een cultuurverandering bij komt kijken,” zegt Isabella Brusati, directeur veranderingsmanagement bij Prosci Europe. “Uit onderzoek blijkt dat het gemiddeld 5 tot 7 jaar duurt voordat een verandering echt is verankerd in een organisatie. De meeste bedrijven proberen dit proces te versnellen, maar het menselijk brein kan meerdere, constante veranderingen niet goed aan. Dat leidt tot stress en uiteindelijk tot een burn-out.”

De rek lijkt er wat uit. Want hoewel uit een onderzoek van BT uit 2024 blijkt dat bijna 90% van de bedrijven investeert in nieuwe technologie om de productiviteit en concurrentiekracht te vergroten, maakt 58% van de bedrijfsleiders zich zorgen of ze de huidige technologische trends wel kunnen bijbenen. Bijna negen op de tien van de managers geeft aan dat de druk om aan te passen steeds vaker leidt tot werkgerelateerde stress. Terwijl het tempo van technologische verandering blijft versnellen, ontstaat er binnen organisaties een groeiende spanning tussen wat er technologisch mogelijk is en wat mensen realistisch gezien aan kunnen.

In kader 

Conclusie

Er zit een zekere ironie in het benadrukken van de urgentie van AI-transformatie. Het razende tempo, de economische aardverschuivingen, de structurele obstakels en het vastlopen in de versnelling – dit alles bij elkaar maakt dat het als een onmogelijke opgave kan voelen om uit te groeien tot een AI-first-bedrijf. Maar gelukkig kunnen we het ook positiever bekijken. De bedrijven die nu vooroplopen hadden toen ze met AI begonnen niet alles al tot in de puntjes uitgedacht. Ze zijn simpelweg aan de slag gegaan, hebben de onzekerheid geaccepteerd, keuzes gemaakt die niet altijd meteen goed uitpakten, en de organisatorische reflexen ontwikkeld om snel bij te kunnen sturen. Een AI-first-organisatie word je niet met een druk op een knop. Het is een kwestie van het ontwikkelen van het vermogen om gelijke tred te houden met een wereld die niet langer wacht tot vijfjarenplannen zijn afgerond.

Wat deze periode anders maakt dan eerdere technologische vernieuwingen, is de ongekende schaal van de veranderingen. Het is niet slechts één afdeling of sector die wordt opgeschud; de basis van hoe we werken en waarde creëren gaat op de schop. Juist die veelomvattendheid maakt de uitdaging zo groot, maar het is ook wat deze periode tot een van de meest boeiende in de geschiedenis van het bedrijfsleven maakt. Nooit eerder was de drempel om iets met echte impact te creëren zo laag. De organisaties die dit succesvol toepassen, winnen niet alleen aan efficiëntie; ze worden creatiever, slagvaardiger en beter in staat om problemen op te lossen die voorheen onoverkomelijk leken.

Afbeelding